Er is mij iets opgevallen bij het lezen van Casino, van Marja Brouwers. Ik leg het uit. Zelden werd een roman in zulke extremen ontvangen zoals dat gebeurde met Casino, in 2004. In NRC Handelsblad kraakte Pieter Steinz het volledig af (op stijl); daarna vond Elsbeth Etty dat de roman faalde (vanwege de ideeën); vervolgens proclameerde Arnold Heumakers het ‘een van de beste boeken van de laatste tien jaar’ – en zei Michael Zeeman in de Volkskrant dat Casino was ‘de belangrijkste roman die in heel lange tijd in het Nederlands is verschenen’ (om het vervolgens af te rekenen op de essayistiek die er in zat, waarmee hij het vaak niet eens was).
In de Groene Amsterdammer liepen Kees ‘t Hart en Marja Pruis er mee weg.
Zo ging het door. Casino kwam op de shortlist van de Libris, maar werd volledig overgeslagen voor de Gouden Uil en de AKO Literatuurprijs.
Dit weekend las De Escapist Casino. Een groots boek. Het is een bespiegeling op de jaren ’90 in romanvorm. Het begint meteen met een seksscène die de seksuele mores, pornoficatie en het vrouwelijk schoonheidsideaal blootlegt, lang voordat de Sunny Bergmans’ van deze wereld dat deden.
Brouwers toont de gecompliceerde vriendschap tussen de oneigenschappelijke journalist Rink de Vilder en de snelle, geniale zakenjongen Philip van Heemskerk, aan wie Rink nooit zal kunnen tippen. Niet dat hij dat écht zou willen, want Rink de Vilder acht zichzelf oplettend journalist, iemand met een rol in de samenleving, waar Van Heemskerk, een halve autist (of hele egoist), geen gelegenheid onbenut laat om de kans op persoonlijk gewin te vergroten. Toch raakt De Vilder steeds meer verstrengeld in de zaakjes van Van Heemskerk, en neemt hij diens vriendin Moura min of meer over.
De achtergrond is de mentaliteit die groot werd in de jaren negentig, opgetekend in expliciet essayerende passages waarin wordt gefilosofeerd over kwesties als de zeven hoofdzonden en de haken en ogen van de Opiumwet.
Maar wat viel mij op? Aan het einde van het eerste deel bezoeken de hoofdpersonen een decadent feest van een telg uit de Bin Laden-clan, op een enorm jacht in de haven van Monaco. Rink de Vilder ziet de sterfotograaf Rai Merchant voorbij lopen en woont hij een optreden bij van de Indiase popsterren Ormus Cama en Vina Apsara.
Pardon?
In Casino worden zoveel BN’ers en popsterren bij naam genoemd, dat waarschijnlijk niemand lang over twee onbekende Indiase popsterren nadenkt. Feit is dat Ormus Cama en Vina Apsara geen popsterren zijn, of tenminste, dat zijn ze wel, maar dan alleen in de roman The Ground Beneath her Feet (1999) van Salman Rushdie. Fotograaf Rai Merchant is daarin de ik-persoon.
The Ground beneath her feet is een magisch-realistische roman, die zich afspeelt in een parallelle wereld. Is dit een verstopt grapje van Brouwers? Dat we het niet allemaal te serieus moeten nemen, dat de wereld van Rink en Philip niet echt echt is, maar een karikatuur?
En net zo belangrijk: ben ik de eerste die dit is opgevallen?
In geen van de grote recensies van Casino (Brouwers schreef er zelf 89 geteld te hebben) noemt niemand Rushdie. De Google zoekopdracht ‘Marja Brouwers Salman Rushdie’ levert weinig op. Ja, de auteurs worden wel eens samen genoemd (omdat ze ongeveer tegelijk met nieuwe romans kwamen), maar de intertekstuele link tussen Rushdie en Brouwers wordt nergens gemaakt.
Wat zeg je dan als blogger?
First!
1 reactie tot nu toe
Plaats een reactie
[...] mijn handen. Ik had Casino nog niet gelezen, dat was ik wel van plan (dat heb ik inmiddels gedaan, zie eerdere post), en bedacht dat het misschien slim was Havinck als eerste kennismaking met Brouwers’ werk te [...]
Pingback door Voetnoot bij Marja Brouwers (wederom) « april 27, 2009 @ 21:00